Boekfragment: ‘Eén schoen voor de Sint’ (hoofdstuk 2 van 38)
1.11.2009
Sinterklaas kapoentje, gooi wat ín mijn schoentje…
Decembertijd is schoenentijd. Voor de klas stond juffrouw Anita, een mollige lerares met de gebeeldhouwde haardracht van Margaret Thatcher, met een blonde snor die glom als zomergraan. In een slecht geventileerd klaslokaal berichtte zij ons over de blijde komst van Sint en Pietermanknecht, die weldra de dependance zouden aandoen. Daarbij kan ieder kind een traktatie verwachten. Mits je je schoen zou zetten natuurlijk, want de grote ‘kindervrind’ heeft een schoenenfetisj. Mijn humeur schoot enkele graden omhoog, want tot dan weigerde de Sint steevast bij ons thuis langs te komen.
Volgens mijn speelkameraad Sebastiaan – een gezonde, weldoorvoede knul met het hart op de lippen, die ik als schoolvriend had genomen vanwege zijn gemakkelijk te manipuleren karakter – deden de Sint en zijn Pietengang mijn huis niet aan omdat ik in een smerige Turkenflat woonde, en bovendien geen schoorsteen had. Alleen vingerdikke verwarmingsbuizen en rammelende ventilatiekokers, waarin zich enge piepende beesten met kale, natte staarten huisvesten. Daar kon natuurlijk geen Pietermanknecht doorheen kruipen. Die opmerking kostte hem zijn middaglunch.
Toch een tikkeltje aangeslagen besloot ik de juf, die – met alle respect – het didactische vermogen van een paaskip had, het schoorsteendilemma voor te leggen.
‘Waarom komt de Sint nooit bij mij langs?’ vroeg ik haar vol van jeugdig ongeduld. ‘Sebastiaan zegt dat de Sint niet langskomt omdat we geen schoorsteen hebben, maar hij kan toch ook gewoon aanbellen?’
Juffrouw Anita spoelde haar mond met een lauw bakkie koffieprut, en smakte wat met haar vertrokken rokerslippen. Toen draaide ze zich naar mij toe, om mij met haar vissenogen seconden lang aan te staren. Ik kreeg al snel mijn antwoord.
‘Sint komt niet bij jou langs omdat jouw familie vijf keer per dag de grond kust, en een zwarte steen in de woestijn aanbidt. Je hebt toch ogen in je hoofd, zie je dat gele kruis op zijn mijter niet? Sint is van de Kerk, die komt niet bij moslims thuis’. Mijn kinderhart kromp ineen.
‘En hebben ze ook een Edah in Spanje?’ vroeg ik haar daarop in opperste staat van afvalligheid, ‘mijn neef zegt dat het snoep van de Sint van de Edah komt!’ ‘Nee knul’, en ze slaakte een diepe zucht bij het horen van zoveel Sintgeketter, ‘al het lekkers komt van de bakkerspiet!’ Ik wilde nog een Sintlasterende vraag stellen maar juf snoerde mij de mond. Haar hoge, snerpende stem sneed door de klas.
‘Voor wie wat lekkers wil, morgen allemaal een schoen meenemen!’ Dat liet ik mij geen twee keer zeggen. Mijn klasgenootjes begonnen opgewonden te murmelen, en elkaar van kindervreugd te betasten. Dat doen verwende Hollandse kindertjes wel vaker wanneer ze te horen krijgen dat ze zonder een echte reden iets krijgen: aan elkanders haren en truien pulken, tótdat er iemand begint te huilen. Het ging allemaal aan mij voorbij, want er resteerde mij nog een enkele vraag die ik – standaard – namens mijn vader moest stellen.
‘Is het gratis?’ schreeuwde ik over mijn joelende klasgenoten heen. Juf zweeg als een mof.
Thuis aangekomen liep ik naar de keuken, en begon in de groentekist te graven. Ik koos de grootste peen uit die ik kon vinden: een knoeperd van een peen voor de schimmel van de Sint. Sint kreeg ook wat. Een gedicht, kriebelig geschreven op de achterkant van een witte huis-aan-huisfolder. Zwarte Piet kreeg niets. Dat hoefde niet, want die had al een uitkering volgens diezelfde neef.
Het grootste probleem bleek uiteindelijk de schoen. Welke te kiezen? Bij ons thuis was er meer schoenenkeus dan in een moskee gedurende het vrijdaggebed. Ikzelf was in het bezit van semimodieuze Piet Kerkhof sportschoenen, met zolen die nog sneller sleten dan een vlakgummetje. Ik besloot te gaan voor de grote, stinkende fabriekskisten van mijn vader. ‘Des te groter de schoen, des te meer erin kan,’ dacht ik bij mezelf. En een knoert van een peen rechtvaardigt toch op z’n minst een reusachtige chocoladeletter met kruidige pepernoten toe.
‘De chocoladeletter zal wel een S van Sint zijn’, mijmerde ik hardop. Het liefst wilde ik de ‘M’ van Marokkaan, want die had drie pootjes, en daar zat voor mijn gevoel meer chocolade in. Sinterklaas, die klaarblijkelijk toen al last had van de kredietcrisis, dacht daar anders over. De bittere teleurstelling volgde twee dagen later. Géén M van Marokkaan. Zelfs geen S van Sint.
Mijn vaders fabriekskist bevatte slechts een door tenenkaaslucht verschrompelde taaitaaipop. En een schuimpje of drie. Zo droog als Sinterklaas z’n achterste. Toch stopte ik de schamele snoeperij in mijn mond. Moeizaam kauwend liep ik die dag naar huis. Thuis wachtte mij een stevig pak slaag, aangezien ik in mijn begerigheid zonder te vragen de werkschoen van mijn vader had meegesmokkeld. Loeiend als een vechtstier kwam mijn vader op mij af, met zijn ‘slaslipper’ in zijn jeukende hand. De tussenkomst van de huiselijke kinderadvocaat – mijn lieve moeder – ten spijt.
Prettige verjaardag Sint!
Abdelhakim
(!) Uit de column- en feuilletonbundel ‘Tweede vrouw geen bezwaar’. Wilt u van de uitgave van het boek op de hoogte gehouden worden? Stuur dan via contact een mail naar Abdelhakim, en gij zult in het mailbestand opgenomen worden! (als u reeds in het mailbestand staat hoeft u verder niets te doen)
Heeft juf Anita er ooit aan gedacht dat Sinterklaas zelf uit Turkije kwam?
Ah, eindelijk weer een stuk. Voor mijn part mocht ‘t wel langer zijn.
‘De huiselijke kinderadvocaat – mijn lieve moeder.’ Haha, precies zoals mijn vader ‘t altijd zegt, advocaat van de kinderen. Dank je wel, realistisch en grappig als altijd.
Dit stuk bevat veel kenmerken van mijn Sinterklaasjeugd!
Wat een mooie tijden haha!
‘Is het gratis?’ , geweldig man. Mijn fantasie slaat erop los als ik aan dat kleine ‘Marokkaantje’ dat de juf lekker uitdaagt. IK zie het helemaal voor me, wat mij betreft mag er een film komen met in de hoofdrol niemand minder dan ons ‘Marokkaantje’. Bedankt voor het gelach!
Ik vond het altijd smerig om uit mijn schoen te eten. Bah!
Salamu 3aleikoum!
Echt lachen om dit te lezen… oude herinneringen komen weer omhoog!
AHAHAHAHAHAHAHAHAH!
Whahahaha, ik heb er geen woorden voor, heb me echt doodgelachen, nu nog! XD
Een gedetailleerd, geschreven stuk, met zeer veel humor van de jaarlijkse gebeurtenissen. Jouw boek komt zeker in mijn boekenkast, incha’Allah!