Voorwoord columnbundel ‘Tweede vrouw geen bezwaar’
12.02.2010
Als zoon van een Marokkaanse gastarbeider maakte ik al op jonge leeftijd kennis met de ‘wij-en-zij-cultuur’ tussen Marokkanen en Nederlanders: zich manifesterend in onderling onbegrip en de veelal tastbaar gemaakte verschillen in cultuur, religie en welstand. Wanneer ik de voordeur van mijn armzalige flatwoning opende, was het alsof ik in een wervelende wormhole gezogen werd, om op een andere planeet te worden uitgespuwd.
Welkom op planeet ‘Ollanda,’ waar vreemde entiteiten met blozende wangen en melkfleskuiten op tweewielers hun winkelparcours afragden, op zoek naar marktkoopjes en superaanbiedingen. Op de zondagochtend wandelden deze bleke aliens – na het horen van sober gedingedong – de vrouwen zwartgesluierd en de mannen ‘be-hoed’ – richting de kerk. Mijn voordeur bleek een poort naar een gereformeerde dimensie te zijn.
Een rare bedoening, was mijn eerste indruk, maar zij waren degenen die op hun plek waren. Zij pasten in hun wereldje zoals een kaakje bij de koffie, een plakje worst bij de slager, uitjes bij de haring en heroïne bij een Turk pasten. Vergeleken met hen was ik lamstajine met appelmoes, een culinaire clusterbom. Deze twee werelden, hoe verschillend ook, werden slechts gescheiden door een simpele houten voordeur, met op buikhoogte een – tegen de tocht – dichtgeplakte brievenbus. Wonend onder de rook van Rotterdam voelde ik me dan ook al gauw misplaatst: een Riffijnse moedervlek op de gave huid van blank Nederland, waarvan alleen de tijd zou kunnen uitwijzen of het om iets goed- of kwaadaardigs ging.
Toen mijn vader erachter kwam dat er zoiets als leerplicht bestond en kinderen niet louter op de wereld werden gezet vanwege de kinderbijslag of als oudedagsvoorziening, werd ik op de idiote leeftijd van zes op een basisschool gedropt. Mijn vader trok zijn hele kroost met zich mee naar een openbare basisschool. Daarvoor waren we op een christelijke school geweigerd. De afwijzing was een identiteitskwestie: onze God bleek niet hun God te zijn.
Enige voorbereiding op het schoolse leven kende ik niet. Leerzame kleuter- en peuterboekjes, zoals enthousiaste autochtone ouders die voor hun kinderen kochten, had ik nog nooit mogen inzien. Schoolspullen had ik ook al niet. Mijn ‘bagage’ bestond slechts uit een taalachterstand van hier tot aan Nador en een door mijn zweethanden verkleurde plastic zak, met daarin een half wagenwiel aan Marokkaans brood. Besmeerd met een gletsjer aan margarine en een flinke klodder goedkope pindakaas bleef dit hardnekkig aan mijn gehemelte plakken, totdat ik rochelend en met tranende ogen over de grond rolde.
Uiteindelijk ben ook ik – alle lof zij aan Allah alleen! – op mijn pootjes terecht gekomen. Derhalve ligt voor u mijn ‘autobiografische’ column- en feuilletonbundel, waarin ik poog – soms met een lach, en soms met een traan – enerzijds begrip te kweken voor ons prettig gestoorde tweedegeneratie Marokkanen, en anderzijds – ter lering en vermaak – mijn visie en kritieken over ons (sub)culturele reilen en zeilen met mijn ‘medelanders’ en geloofsgenoten te delen. Als kapstok heb ik mijn eigen jeugd gebruikt, maar niet alles wat ik beschrijf heb ik ook daadwerkelijk meegemaakt: wat realiteit, wat fictie, en wat van anderen afkomstig is, is voor u een vraag en voor mij een weet.
Mijn dank gaat uit naar mijn dierbare familieleden: mijn lieve ouders, Najat, Naima, Abdelkarim en Wardaatje natuurlijk, die me altijd door dik en dun geruggensteund hebben. Mijn bijzondere dank gaat uit naar mijn boezemvriend Aboe Abdellah E.Y. Aouichi, en mijn strijdmakker in The Matrix, Aboe Naaïla, wiens raadgevingen mijn schrijfwerk vervolmaakten. Ik wens u zeer veel leesvertier toe!
Abdelhakim,
pen-jihadist
Uit ‘Tweede vrouw geen bezwaar’
Ik ga je boek zeker bestellen, ben benieuwd!
Hahahah Taa Baraka Allah! Je hebt een talent. Wel veel Aboe’s als vrienden, hahahah, ben je een beetje radicaal? Insha’Allah wel! Hahahahah. Je broeder uit Den haag, 3aleikoem Salaam.
Fascinerend boek. De schrijfwijze is geweldig, het leest makkelijk. Het zet je aan het denken, zit veel humor erin en af en toe een traantje weggepinkt. Absolute AANRADER!!
‘Mijn ‘bagage’ bestond slechts uit een taalachterstand van hier tot aan Nador en een door mijn zweethanden verkleurde plastic zak, met daarin een half wagenwiel aan Marokkaans brood. Besmeerd met een gletsjer aan margarine en een flinke klodder goedkope pindakaas bleef dit hardnekkig aan mijn gehemelte plakken, totdat ik rochelend en met tranende ogen over de grond rolde’.
Hahahahah ging helemaal stuk toen ik dit stukje las…
keep up the good work en ben zeker benieuwd naar je boek.